Een EPC van -0,04…

Een EPC-berekening wordt gemaakt om te meten hoe energiezuinig je woning is. De berekening is verplicht. Hoe lager de waarde, hoe beter. Als je in 2013 een nieuw huis wilt bouwen moet de EPC kleiner zijn dan 0,6.
Wij maken een goed geïsoleerd huis, we maken warm water met een zonneboiler, een pelletkachel en eventueel een houtkachel. De warmte uit het douchewater wordt teruggewonnen via een WTW-unit. Op het dak komen 12 PV-panelen, en we hebben ook nog een stuk van een windmolen gekocht, waardoor we per jaar zo’n 3500kWh aan stroom zelf opwekken.

Om te beginnen hebben we het huis laten doorrekenen met stadsverwarming. Hiermee kwamen we uit op een EPC van 0,35, ruim onder de 0,6 dus. Wanneer we de stadsverwarming vervangen door een zonneboiler en een biomassatoestel komen we nog gunstiger uit.

Schermafbeelding 2013-10-24 om 22.18.06

Al met al komt ons ontwerp daarmee uit op een EPC van -0,04. Dat klinkt als een hele prestatie, terwijl ik zelf het idee heb dat we niet zo heel veel bijzonders doen. We kiezen voor deze maatregelen, omdat het op de langere termijn goedkoper is. Maar wat betekent dat getal nu precies?

We slaan Wikipedia erop na:
De Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) is een index die de energetische efficiëntie van nieuwbouw aangeeft, en wordt bepaald door berekeningen vastgelegd in de norm NEN 7120 die sinds 1 juli 2012 de normen NPR 2916 en NPR 5128 vervangt. In Nederland geldt voor woningbouw sinds 2006 een eis van 0,8. De EPC-berekening is opgenomen in het Bouwbesluit, en sinds 1995 is het verplicht deze bij een bouwaanvraag in te dienen. Vanaf 2011 geldt de strengere norm van 0,6. De verwachting is dat vanaf 2015 de norm gesteld wordt op 0,4.

Ingangsdatum Energieprestatiecoëfficiënt (EPC)
1-1-1996 1,4
1-1-1998 1,2
1-1-2000 1,0
1-1-2006 0,8
1-1-2011 0,6
1-1-2015 0,4

De energieprestatiecoëfficiënt van een woning drukt de energetische prestatie van een woning uit.

De energieprestatie van een woning gaat alleen over het gebouwgebonden energiegebruik. Dat is de energie die nodig is voor het verwarmen of koelen van het binnenklimaat, het warm tapwater en de verlichting.
De energieprestatie gaat niet over het overige huishoudelijk energiegebruik zoals nodig voor koken, wassen, koelkast, en andere apparatuur. Bovendien is uitgegaan van een referentiejaar voor het buitenklimaat en een standaard bewonersgedrag. De werkelijkheid wijkt meestal sterk af van deze uitgangspunten. Daardoor zal het genormeerde berekende energiegebruik meestal niet overeenkomen met wat bewoners op hun gas- en elektriciteitsmeter aflezen. Immers ieder jaar is het buitenklimaat anders en iedere bewoner stookt anders en gaat anders om met zijn woning. Bovendien zitten er een aantal afrondingen in de norm om er voor te zorgen dat de norm nog hanteerbaar is.
De energieprestatie-eis zegt alleen iets over de minimale energetische kwaliteit waaraan een woning moet voldoen. De indiener van een bouwaanvraag voor een woning mag zelf bepalen met welke maatregelen aan de eis wordt voldaan: extra isoleren, betere installaties of de toepassing van duurzame energie.
Een belangrijk principe van de prestatienorm is, dat ongeacht het type, de vorm, of, de grootte van de woning, dat gelijksoortige maatregelen tot min of meer dezelfde prestatie leiden. Anders uitgelegd: grote woningen of woningen met veel dak- of geveloppervlak mogen dus meer energie gebruiken om aan dezelfde prestatie-eis te voldoen dan kleine compacte woningen.

Comments are closed.