“Hoe kom ik onder de verplichte aansluiting voor stadsverwarming uit?”

Een van de meest bediscussieerde thema’s onder zelfbouwers is de vraag “Hoe kom ik onder de verplichte aansluiting voor stadsverwarming uit?” Het grappige is, dat de discussie vooral gaat over het feit dat het verplicht is, en minder over de vraag of stadsverwarming misschien ook voordelen heeft (geen ruimteverlies, geen onderhoud, geen gedoe). Blijkbaar worden zelfbouwers getriggerd door het feit dat de gemeente ons iets wenst op te leggen. Er wordt avondenlang gestudeerd op alternatieve verwarmingssystemen, offertes opgevraagd en ga maar door. In andere posts wordt hier meer over verteld.

Het wordt er overigens niet makkelijker op gemaakt doordat de gemeente de cryptische omschrijving heeft gekozen: “verplicht tenzij er een duurzamer alternatief is”. Al gauw gaat de discussie daarom niet meer over de voor- en nadelen van de systemen zelf, maar alleen nog over de vraag of iets nu wel of niet als duurzamer zal worden geaccepteerd. Het gaat niet over de kwaliteit zelf, maar enkel over de wijze van meten. Om het niet te makkelijk te maken, zijn er nu verschillende criteria in omloop.
1 – “dat er een duurzamer alternatief wordt geboden”
2 – “dat er 34 punten worden behaald met de Menukaart Klimaatneutraal Bouwen”
3 – “dat er een EPC dient te worden behaald kleiner dan …”
Geen van de drie criteria is echt helder. De eerste is onmeetbaar, de Menukaart is onvolledig, en de EPC is een getal waarvan je je kunt afvragen wat het betekent. Toch is, al met al, de EPC het meest bruikbaar.

Maar waar komt dat vandaan, dat er nu 3 criteria worden gebruikt?
In 2012, bij BSH5 stond het als volgt geformuleerd:
“In de Bosrankstraat bent u verplicht uw woning op het stadswarmtenet aan te sluiten (stadsverwarming), tenzij u een duurzamer alternatief heeft.”
Hoe dat gemeten moest worden was onduidelijk. Later is hier in overleg met Noordwaarts aan toegevoegd “dat je 34 punten moet behalen”.

Bij BSH3, begin 2013, stond het zo in het Handboek:
“Een aansluiting op Stadswarmte is verplicht. Bij zelfbouw mag worden afgeweken van de verplichte aansluiting op Stadswarmte, indien 1) een gelijk of een hoger equivalent opwekkingsrendement (EOR) wordt gerealiseerd of 2) er klimaatneutraal wordt gebouwd. Basis voor de beoordeling klimaatneutraal is de ‘Menukaart Klimaatneutrale Zelfbouw’, welke speciaal voor de zelfbouw is opgesteld. Bij een score van 34 punten op deze menukaart is de zelfbouw klimaatneutraal.
Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw, wordt naast de menukaart ook getoetst aan de epc (norm). Bij het behalen van een score van 34 punten op de menukaart is het zeer waarschijnlijk dat de epc uitkomt op bijna 0. Op dit moment kan binnen het rekenmodel de score van epc 0 (klimaatneutraal) nog niet worden behaald. DMB is op dit moment aan het uitrekenen welke score gehaald kan worden binnen het rekenmodel en wordt beschouwd als epc 0. Indien de zelfbouw deze score haalt kan worden afgeweken van de verplichting tot aansluiting op Stadswarmte. Indien deze score net niet wordt gehaald is zowel stadsdeel Noord als DMB bereid om mee te denken over het energieconcept van de zelfbouwer met het streven de benodigde score te behalen. Voor informatie over stadswarmte zie http://www.nuon.nl/energie/stadswarmte/tipsen‐adviezen‐stadswarmte.jsp”

Omdat dit blijkbaar nogal wat vragen opriep is er in september 2013 daarom een heuse extra Handleiding naar (bijna) energieneutraal bouwen in Amsterdam verschenen. Hierin wordt een en ander wat genuanceerder behandeld, en worden daarmee de mogelijkheden om de subsidie Klimaatneutraal binnen te halen veel duidelijker. Volgens de Handleiding volstaat een EPC van 0,15 om het predikaat klimaatneutraal te verdienen, alleen staat er weer niet bij dat dit de verplichting tot  aansluiting zou opheffen.

Comments are closed.